Facelift

Chirurgische facelifts worden uitgevoerd om verslapte gezichtshuid te liften en te verstevigen, rimpels te verwijderen en weer een jeugdig uiterlijk te verkrijgen. Een overschot aan verslapte huid wordt verwijderd, onderliggend weefsel en spieren worden verstevigd en diepe rimpels worden verzacht. Een facelift kan halskwabben, onderkinnen, een verslapte gezichtshuid en marionetlijnen corrigeren.

Meestal wordt er een verdoving toegepast tijdens de behandeling. Na de operatie kunnen de patiënten over het algemeen na twee weken hun normale bezigheden hervatten, maar grote inspanning kan pas na vier weken verricht worden. Blauwe plekken en zwellingen vlak na een facelift zijn normaal.

Met een facelift kunnen de contouren van de hals en de kaaklijn doeltreffend hersteld worden. Het effect houdt minstens tien jaar aan en maakt de patiënt tien tot vijftien jaar jonger.